Het blijkt dat de inwoners van Venlo en Blerick zich sterk betrokken voelen bij hun culturele tradities.
Men mag zich dan ook terecht geruststellen met het idee dat de inwoners van groot Venlo zich verantwoordelijk voelen om hun cultureel erfgoed aan de kinderen door te geven.
Het Comité Kinderfeesten Venlo helpt daarmee graag een handje. Met de organisatie van diverse jaarlijkse kinderactiviteiten zoals de Palmhöltjes optocht, Onnozele Kinder, de Koninginne optocht, Sintermerte en natuurlijk Sinterklaos.
Naast de historische betekenis zijn deze vrolijke feesten voor de kinderen ook gewoon erg leuk.
Met deze website informeren wij de ouders en de kinderen over deze belangrijke feestdata en alle bijbehorende ins-and-outs per activiteit.
Reeds vóór 1940 werden er al activiteiten voor de kinderen van Venlo georganiseerd.
Onderleiding van dhr. P. Hendrikx, beter bekend onder de naam “De Sjiets van Hendrikx”, zorgden enkele vrijwilligers voor de viering van o.a. het Sinter-Mêrtesfeest en de Palmhöltjes-optocht. Dit duurde tot 1949.
Op 20 december 1949 werd in Café Heuts aan de Gelderse Poort te Venlo de oprichtingsvergadering van het Comité Kinderfeesten Venlo gehouden.
Dhr. A. Schrijnen, beter bekend onder de naam “De Neus van Schrijnen”, fungeerde als voorzitter.
Hij sprak, aldus de notulen: “dat het de bedoeling is te kopen tot oprichting van een Comité Kinderfeesten, hetwelk zijn werkzaamheden zal uitspreiden over de gehele Gemeenten, dus Blerick inbegrepen”.
Het totale aantal leden bedroeg 10 personen.
Op 13 oktober 1950 werd ten overstaan van Notaris Jozef Felix Anton Receveur de Stichtingsakte gepasseerd.
Het huidige Comité Kinderfeesten Venlo bestaat uit de volgende leden:
Voorzitter: Dhr. Robert Simons
Secretaris: Dhr. Joep Raemakers
Penningmeester: Mevr. Marianne Martens
PR: Dhr. Petro Janssen
Leden: Mevr. Madelaine Wekking-Canjels
Dhr. Albert Peulen
Dhr. Ben Rayer
Dhr. Huub Leurs
Dhr. Roel Faessen
Op en rond 11 november, de feestdag van St.-Martinus, worden op tal van plaatsen lampionnenoptochten gehouden en grote brandstapels ontstoken. Deze traditie heeft echter niets met de oorspronkelijke legende van Martinus (ook wel: Maarten) te maken.
Martinus (316-397) werd geboren in het huidige Hongarije en groeide op in het Italiaanse Pavia.
Op zijn 15e moest hij het Romeinse leger in.
Als soldaat, gezeten op een paard, kwam hij in Amiens een in lompen gehulde bedelaar, die bibberde van de kou, tegen.
Martinus trok zijn zwaard, sneed zijn rode mantel in tweeën en schonk een helft aan de bedelaar. Deze scène is zeer bekend geworden, is op veel schilderijen (van onder anderen Rubens) uitgebeeld en wordt tegenwoordig in optochten nagespeeld.
Nadat Martinus het leger verliet, werd hij monnik en stichtte in Frankrijk een aantal kloosters.
In 372 werd hij bisschop van Tours.
Kort na zijn dood op 11 november 397 begon men hem al te vereren. Hij werd onder andere de patroon van de armen.
Op tal van plaatsen is het een traditie dat kinderen met lampionnen, fakkels of uitgeholde bieten met waxinelichtjes erin langs de deuren gaan.
Na het aanbellen zingen ze liedjes ter ere van Sint-Maarten en verwachten dan een tractatie (snoep of fruit).
Een ander ritueel is het ontsteken van een vuur.
In de voorafgaande dagen wordt brandbaar materiaal verzameld op een afgelegen plek.
Vroeger deed de oudere jeugd dat. Er werd gewedijverd wie de grootste troshoop kon maken.
Tegenwoordig regelen gemeenten dit meestal vanwege de veiligheid. Deze St.-Maartensvuren zijn waarschijnlijk terug te voeren tot een oud-Germaans ritueel, het zogenaamde noodvuur.
Dit vuur zou de vruchtbaarheid van veld en vee bevorderen.
Fakkeloptochten dienden waarschijnlijk ter ondersteuning van de zon die in kracht afnam en om boze geesten te verjagen.
In de periode voorafgaand aan 11 november maakt de schooljeugd gebruik van een wierkspot: een leeg conservenblik gebonden aan een stevige ijzerdraad. In de bodem en rondom het blik worden met een spijker gaatjes in het blik geslagen. Als het blik zo klaar is, is het de 'wierkspot'. In de pot wordt met papiertjes en takjes vuur gemaakt en door flink rond te draaien brandt het lekker. Als de wierkspot flink brandt ('bört'), doen de kinderen er vochtige bladeren op zodat het geheel lekker gaat roken. Door kunstig figuren te maken bij het zwaaien, krijg je prachtige rooksporen in de lucht. Ook worden in de wierkspot kastanjes gelegd om te poffen en befaamd zijn bij de jeugd gepofte aardappelen op deze manier!
Volgens de overlevering was de heilige Nicolaas afkomstig uit de landstreek Lycie in Klein-Azie, waar hij in de tweede helft van de derde eeuw werd geboren. Nadat zijn oom, de bisschop van het aldaar gelegen Myra, was gestorven, volgde Nicolaas hem op.
De populariteit van Nicolaas is te verklaren uit een aantal door hem verrichte wonderen.
Zo bestaat er de legende van de drie verarmde zusters die geen bruidsschat bezaten om te huwen en daarom besloten onkuis te leven. Om hen te helpen wierp Nicolaas drie nachten achtereen drie met goudstukken gevulde beurzen bij hen binnen. Mogelijk is hieruit de traditie van het strooien te verklaren.
Een andere populaire legende is die van de drie jongelingen die door een herbergier waren geslacht en als vlees voor de volgende dag waren ingepekeld in een houten kuip. Toen Nicolaas toevallig voorbij kwam en de wrede plannen doorzag, wekte hij de jongelingen weer tot leven. Deze voorstelling vinden we terug op koekplanken, gildezilver, prenten en chocoladevormen.
Nicolaas maakte als bisschop de concilie van Nicea mee, een belangrijke kerkvergadering. De daar aanwezige, zeer eerwaarde heren conciliegangers werden daar geconfronteerd met ene Arius die daar opvattingen ventileerde die niet strookten met de ideeën van Nicolaas.
Waar de overige eerbiedwaardige heren geduldig luisterden naar Arius, en hem netjes uit lieten praten, maakte zich zo'n opwinding van Nicolaas meester dat hij met Arius op de vuist ging en hem ter plekke K.O. sloeg.
Zoveel door heilige woede gevoed temperament werd door het eerbiedwaardige college niet gewaardeerd en Nicolaas werd op staande voet afgezet als bisschop. Hij moest zijn bisschoppelijk habijt inleveren, zijn stola, mijter en staf, zelfs zijn baard, teken van waardigheid moest er af. En zo belandde hij in de gevangenis.
De bewakers zagen hem tijdens hun dagelijkse ronde in zijn cel zitten: in vol ornaat en mét baard. U begrijpt: op het concilie werd de leer van Arius afgewezen, werd Nicolaas in ere hersteld en herkreeg hij zijn functie als bisschop. Nicolaas van Myra overleed op 6 december 342.
Zijn populariteit verspreidde zich in Oost- maar ook in West-Europa. In 1050 werd er een kapel in Nijmegen aan Nicolaas gewijd, als eerste van
de vele die zouden volgen. Als wonderdoener en beschermer van mensen in nood werd hij dankzij pelgrims en de kruistochten geliefd bij het gewone volk en met name als beschermer van zeelui, kooplieden en voerlieden.
Overigens, "goed-heilig-man" is een verbastering van "goed huwelijks-man".
Ook vrijers konden op Sinterklaas rekenen.
Sinterklaas is in het bijzonder bekend als kindervriend, voortgekomen uit het samensmelten van twee middeleeuwse feesten. Op 28 december was men gewoon het feest van de Onnozele kinderen te vieren. In gezelschap van een kinderbisschop trokken kinderen dan in optocht langs de huizen om overal wat aalmoezen te vangen.
Op 6 december gingen de scholieren eveneens de straat op in gezelschap van een gekozen bisschop, vaak gemaskerd en verkleed als duivels.
Langzamerhand versmolten beide feesten tot een viering op 6 december. Met de komst van de protestanten (vanaf laatste kwart 16e eeuw)
verdween Nicolaas uit de kerken. De vieringen binnenshuis gingen gewoon door, hoewel stadsbesturen er niet erg gelukkig mee waren.
In 1618 verbood het Tielse stadsbestuur het zetten van de schoen, omdat dit toch maar tot nuttoeloze uitgaven leidde.
In de 19e eeuw kreeg het Sinterklaasfeest twee gezichten. Het bleef een huiselijk feest, waarbij Sinterklaas weer "in het echt" mocht verschijnen. Ook verschillende liedjes als "Zie ginds komt de stoomboot" of "Hoor, wie klopt daar kinderen" zijn toen ontstaan.
Behalve in huis vierde men Sinterklaas op straat. De potsierlijke duivelse begeleiders van weleer vinden we terug in Zwarte Piet.
Verder kende men in sommige steden, speciaal Noord- en Oost Nederland, Twente en Betuwe optochten met verkleedpartijen.
Marsepein stamt uit de zeventiende eeuw. Sinterklaas was toen, behalve een gulle kindervriend ook 'huwelijksmakelaar'.
De heilige Sint Nicolaas was de beschermheer van het huwelijk en het gezin.
Rond 5 december konden jongens met een stuk marsepein een meisje hun liefde verklaren. Deze gewoonte van toen is vergelijkbaar met het sturen van een valentijnskaart nu. Soms werd er geen marsepein gebruikt, maar speculaas.
Het stuk koek dat een meisje dan kreeg, heette een 'speculaasvrijer'. Soms werd een taaitaaipop gegeven, maar dat was als belediging bedoeld.
Het strooien van pepernoten verwijst naar vroegere vruchtbaarheidsriten die in de sinterklaastijd werden opgevoerd. Het is te vergelijken met het gooien van confetti of rijst bij een bruiloft.
Het idee dat Sinterklaas uit Spanje komt (en niet uit Turkije), heeft te maken met de handelsschepen die in de zestiende eeuw uit Spanje naar Nederland kwamen en allerlei kostbare geschenken en lekkernijen meebrachten.
Het is niet duidelijk waarom hij, volgens de Nederlandse traditie, uit Spanje komt.
Misschien heeft het te maken met het feit dat Sint Nicolaas de beschermheer van de scheepvaarders was. In de 17e eeuw was Holland namelijk bekend om zijn scheepvaart.
Misschien dat door het contact met Spaanse scheepvaarders deze traditie is begonnen.
Dit kan ook het feit verklaren waarom Sint Nicolaas geholpen wordt door Zwarte Pieten de Moren overheersten in Spanje gedurende enkele eeuwen rond die tijd.
Een andere, meer populaire, verklaring dat de Pieten zwart zijn, is het feit dat zij zich vaak in schoorstenen begeven en dat ze zich daarna niet schoonmaken.
Zijn legendarische geschenken en bruidschatten aan arme meisjes heeft geleid tot de traditie van het geven van kadootjes aan kinderen op de vooravond van zijn sterfdag, dwz op 5 december, nu zijn feestdag. De helpers van Sint Nicolaas (in Duitsland en Oostenrijk "Knecht Ruprecht" of "Krampus" genoemd) laten de overwinning van het kwaad zien. Samen met zijn Pieten brengt Sint Nicolaas een bezoek aan de kinderen, de stoute kinderen worden gestraft, terwijl de lieve kinderen worden beloond. Het ergste wat je kunt overkomen is meegenomen worden in de zak van Zwarte Piet, dezelfde zak waaruit de lieve kinderen snoepjes (o.a. pepernoten, taai-taai en schuimpjes) en kadootjes krijgen. Een minder grote straf (maar niettemin vervelend) is een pak slaag krijgen met de roede.
Tegenwoordig zijn er nog maar weinig stoute kinderen...
Een paar weken voor zijn feestdag komt Sint Nicolaas naar Nederland (en Belgie) vanuit Spanje op zijn stoomschip met al zijn Pieten en al zijn kadootjes waar hij gedurende het hele jaar voor heeft gezorgd. Deze intocht wordt altijd uitgezonden op de televisie.
Vanaf zijn aankomst tot aan zijn feestdag kunnen kinderen hun schoen zetten voor de open haard of bij de kachel. Gedurende de nacht brengt Sint Nicolaas een bezoek aan alle huizen; hij begeeft zich over de daken op zijn witte/grijze paard ("schimmel" genoemd). De zwarte pieten klimmen door de schoorsteen en doen kleine kadootjes in de schoenen van de kinderen. Soms zetten de kinderen ook wat stro,
wortels en/of water klaar voor het paard.Op de vooravond van 6 december ("Sinterklaasavond") brengt Sint Nicolaas een
bezoek aan alle kinderen. Nadat er op de deur is geklopt laat hij, indien er lieve kinderen zijn, een zak vol kadootjes achter. De volgende dag, 6 december 's morgens vroeg, heeft hij iedereen vereerd met een bezoek, en gaat hij weer stilletjes terug naar Spanje.
Palmpasen is de zondag voor Pasen. Op die dag reed Jezus op een ezeltje Jeruzalem binnen en werd hij binnengehaald door een enthousiaste menigte die met palmtakken zwaaide. In Katholieke kerken worden op die dag nog steeds palmtakken gezegend en uitgedeeld. Omdat er in Nederland geen palmen groeien, worden in plaats daarvan takken van buxusstruiken gebruikt.
Oorspronkelijk werd het palmhöltje gemaakt van een uit de ligusterhaag gesneden tak.
Nu neemt men meestal een houten stok van ongeveer 90 cm lang met een dwarslat.
Deze wordt versierd met pinda’s, toffees of ander snoep. Bovenop prijkt een broodhaantje als teken van de nieuwe dag, volgens de Bijbel de haan die drie maal kraaide na de verloochening door Petrus.
Nodig de kinderen op woensdagmiddag of zaterdag voor Palmzondag uit om een palmpaasstok te komen maken.
Laat hen zelf een houten kruis van ongeveer 30cm hoogte op een standaard meenemen (goed zelf te maken).
• Kruis omwikkelen met wit crêpepapier (wit verwijst naar de Verrijzenis van Jezus);
• op de plaatsen van de kruiswonden van Jezus propjes met rood papier plakken;
• 30 rozijnen aan een draad rijgen (verwijzen naar de 30 zilverlingen die Judas van de hogepriesters kreeg toen hij Jezus verried);
• 12 pinda’s aan een draad rijgen (12 apostelen) en beiden aan het kruis hangen;
• een haantje van papier of brooddeeg bovenop het kruis verwijst naar de verloochening van Jezus door Petrus;
• van ijzerdraad een cirkel maken en dit met takjes groen omwikkelen als de doornenkroon.
Palmhöltje, palmhöltje, in de zónneschién,
De volgende waek zal 't Paose zien.
Palmhöltje, palmhöltje, och waat had ik gaer
dae krintenhaan, die appelsien
en auk dae'n babbelaer.
Ik gaon vandaag op mien Paosbés op paad
jao met mien höltje, mien palmhöltje
hiël moëi versierd, det haet mam mich geliërd
auk hingk de miene vol appelsiene
hiel vuël snoep en baovenop d'n toep
dao heb ik einen haan van krintemik
met van alles wat, is d'r niks vergaete
want mien höltje, mien palmhöltje
mien palmhöltje zuut d'r oét um op te aete.
Dagenlang bleef koning Herodes wachten op de terugkeer van de drie wijze mannen, die hem het Kind zouden aanwijzen. Maar zij kwamen niet. Hij vond geen rust meer, zelfs niet in de slaap. De angst voor het beloofde Kind maakte hem half waanzinnig.
In de donkere uren van de nacht zag hij het voor zich: nu eens als jongeling in de straten van Jeruzalem, dan weer als leraar in de tempel, ja zelfs verscheen het aan de poort van zijn paleis. Het gevolg was, dat de onrust
en de angst van de koning steeds groter werden.
Toen hij eindelijk met zekerheid had vastgesteld dat de drie koningen hem hadden gemeden, om het Kind voor hem verborgen te houden, - toen verzon hij een boos plan: "Als ik dat Kind ombrengen wil, voordat het onheil over mij brengt, dan moet ik alle jonge kinderen in Betlehem laten doden." Daartoe liet hij een groep van zijn ruwste krijgsknechten voor zich aantreden en hij gaf hun het gruwelijke bevel om alle kinderen onder de twee jaar te vermoorden.
De volgende dag weerklonk in de straten van Betlehem een wanhopig klagen en schreien, toen de soldaten in de huizen binnendrongen. Zij doorstaken de heel jonge kinderen in de wieg, waar zij zoetjes lagen te sluimeren. Vele andere
kleinen werden uit de armen van hun moeder gerukt en gedood met het scherp van het zwaard. Er was geen huis in Betlehem waar niet onschuldig bloed vergoten werd. Nadat de krijgsknechten het oord van ellende hadden verlaten, bedekten de moeders van Betlehem hun aangezichten ten teken van diepe rouw.
Verhaal Onnozele kinderen, uit: Herman Streil, Immanuël
Geheel volgens traditie kunnen de kinderen vanaf 10.00 uur in het Ald Weishoés terecht om hun fiets op “koninklijke” wijze te versieren.
Het materiaal om deze dag met je fiets te pronken is aanwezig en om 12.00 uur start de optocht, aangevoerd door de Joeksjagers vanaf het Ald Weishoés (Kleine Kerkstraat) naar de Parade, Klaasstraat, Vleesstraat, Markt Stadhuis (defilé), Lomstraat, Kleine Kerkstraat, Grote Kerkstraat naar het Nolenspark.
Voor ieder deelnemertje ligt een zak snoep klaar.
Na de optocht start het Oranjecircus georganiseerd door het Ald Weishoés.